92 jaar

23 september 2018 door Annelies Wiersma

Tweeënnegentig jaar oud zijn. Kun je het je voorstellen? Hoe dat is? Welke gedachten en gevoelens heb je op die leeftijd? Groei je er geleidelijk naartoe? Zoals je als kind je nog geen voorstelling kunt maken hoe het is om volwassen te zijn… tot je het bent. Op de terugwerk van een bijeenkomst in Emmeloord kom ik langs Gorredijk. Ik besluit de afslag te nemen. Mijn tante woont er. Ze is 92 en wordt ‘minder’ volgens mijn vader, haar jongste broertje van 80. “Misschien wil je er eens langsgaan.”

Thee met een koekje
Tante is verrast als ik haar van een parkeerplaats, 10 minuutjes van haar appartement, toch eerst even bel om te vragen of het uitkomt. “Ja hoor, kom maar, ik ben thuis.” Bij een kopje thee met een koekje, hoor ik dat ze altijd thuis is. Behalve als ze een boodschapje doet. Daarvoor gebruikt ze nu de rollator. “Pas sinds vorige week hoor. Tja, je wordt toch wat wiebeliger…”

Haar buurvrouw is verhuisd. Daar deed ze nog weleens wat leuks mee, fietsen of zwemmen. Maar nu dus niet meer. Ze leest de krant. Nee, niet het Fries Dagblad, ben je mal, dat is een christelijke krant. Die andere. Ze weet even niet meer welke… “Oh ja, de Leeuwarder Courant.” Verder redt ze zich. “Nee, ik heb geen hulp. Soms word ik opgehaald met zo’n bus…” Het blijft even stil … “Precies, de Plusbus. Dat is één keer per maand, dan gaan we ergens naartoe. Behalve in december, maar dan is er iets van de Plattelandsvrouwen… ”

Prinsjesdag
Verder puzzelt tante en kijkt ze tv. Zo komt het gesprek op Prinsjesdag en het koninklijk huis. “Denk je dat ‘hij’ in Engeland nog koning wordt? Hoe heet hij ook alweer? Ja, en ‘zij, die vrouw’, zij zit ook nog steeds op de kroon. Koningin Elisabeth. En Prins Charles, oh ja, nu weet ik het weer.”

Ik vraag of ze (als Friezin) de Groningse taal nog spreekt, want in haar jeugd verhuisde ze met haar ouders, zus en broertje naar Groningen. Ze was toen een opgroeiende puber, en sprak alleen de taal die ze thuis geleerd had: Fries. Hoe moet dat geweest zijn?

Ze herinnert zich dat ze op de middelbare school wekelijks een uurtje Groningse les kreeg. Dat is nu niet meer, denken we. We zingen samen: “Van Lauwerszee tot Dollard tou, Van Drenthe tot aan ’t Wad, Doar gruit, doar bluit ain wonderland, Rondom ain wondre stad. Ain pronkjewail in golden raand.”

Daarna zet tante het Friese volkslied in: “Frysk bloed tsjoch op! Wol no ris brûze en siede, n bûnzje troch ús ieren om! Flean op! Wy sjonge it bêste lân fan d’ierde, It Fryske lân fol eare en rom.”

Bruisend bloed
Na nog een kopje thee, nemen we afscheid. Sinds het bezoekje, probeer ik me dus in te denken hoe het is om 92 te zijn. Kun jij het je voorstellen? Wat is er dan van je leven over? Van het bruisende bloed, in je jongere jaren? Hoe breng je de dagen door? Wat zijn je gedachten, je gevoelens?

Get involved
Dit gastblog schreef ik naar aanleiding van de deugd van de week inlevingsvermogen. Wil jij ook wekelijk stilstaan bij een deugd? Meld je aan voor de deugd van de week.