Mededogen

10 april 2019 door Annelies Wiersma

Daan is iemand die graag praat. De oren van je hoofd, kun je wel zeggen. Soms ratelt het maar door. Zo ook tijdens een vakantie. Hij zit (drie en half jaar oud) in zijn stoeltje op de achterbank van de auto en spreekt alles uit wat er in hem opkomt, zodat mijn zus en ik geen enkel gesprek kunnen voeren. Ik vraag Daan: ‘Je hoeft toch niet alles te zeggen wat erin je opkomt. Kun je ook alleen denken in plaats van alles vertellen?’ Het is een paar seconden stil op de achterbank. Dan doet hij een – voor ons gedenkwaardige, filosofische – uitspraak: ‘Ik denk niet, ik praat.’

Het leermoment aangrijpen
Als we ruim een jaar later een fietstochtje maken, denk ik er aan terug. Daan heeft op de kleuterschool een jongetje leren kennen dat met een open gehemelte geboren is. Jesse is nu vijf jaar oud en heeft al vele operaties achter de rug. Hij heeft duidelijk een achterstand in taal- en spraakontwikkeling; hij is minder goed verstaanbaar dan de meeste kinderen in zijn klas. Gelukkig heeft de juf het hier uitgebreid over gehad, zodat de kinderen dit weten en kunnen begrijpen. Ze kunnen Jesse helpen dingen duidelijk te maken. Daarmee grijpt juf het leermoment aan en kweekt ze een stukje mededogen, begrip en behulpzaamheid bij klasgenootjes.

Mededogen en begrip
Voor Jesse valt het niet mee als kinderen hem niet begrijpen. Dat blijkt uit Daans verhaal. Hij heeft een mep gehad van Jesse. Ik hoor wel vaker van Daan, dat Jesse kinderen duwt of slaat. Hoewel hij het niet leuk vindt, wordt hier door Daan toch ernstig over nagedacht: ‘Het lijkt me erg als je niet kunt praten. Als Jesse mij een keer slaat, dan vergeef ik hem dat wel. Maar hij moet me dan niet te hard slaan!’

Je kunnen inleven in een ander
Ik ben trots op mijn mannetje, dat hij – zo klein als hij is – zich in kan leven in andere kinderen. Ik zoek de deugd die mij het meest treft, vind mededogen, en benoem die naar Daan: ‘De deugd die je laat zien heet mededogen. Het betekent dat je je inleeft in een ander.’ Daar praten we nog wat over na. Het is immers niet leuk om een mep te krijgen: ‘Dat gevoel mag er ook zijn, het heet mededogen met jezelf hebben.’

Dit is een fragment uit mijn boek: ‘Haal het beste uit je kind en jezelf; opvoeden met deugden’, verkrijgbaar via de Deugdenshop.

Reflectievragen:

  • Hoe kun je mededogen voelen bij mensen die je niet bepaald tot je vrienden rekent? Die je misschien zelfs pijn doen of gedaan hebben?
  • ‘Als je mededogen niet ook betrekking heeft op jezelf, dan is het incompleet’. (Boeddha) Daan erkent zijn eigen gevoel, dat het niet prettig is om geslagen te worden. Kun jij voor jezelf ook een voorbeeld  bedenken, waarbij je mededogen voelt met een ander, maar evengoed mededogen hebt met jezelf, en mogelijk een grens naar de ander trekt?
  • Op de deugdenkaart staat: ‘In de vorm van een enkel woord of een zachte aanraking is mededogen van onschatbare waarde.’ Op welke manier kan mededogen in jouw omgeving van waarde zijn?

Tot slot deel ik graag dit citaat van de Dalai Lama met je:

Liefde, mededogen en verdraagzaamheid zijn geen luxeartikelen, maar eerste levensbehoeften.